Zoals bij alle honden komen er ook bij het kooikerhondje erfelijke aandoeningen voor. Bij het maken van combinaties voor de fokkerij wordt er dan ook aanbevolen zo min mogelijk inteelt toe te passen als een van de bekende erfelijke aandoeningen in eerdere generaties bij familieleden voorkomt.

Ondanks het zorgvuldig fokken met een fokreglement en uitgebreide documentatie in het clubregister zijn erfelijke aandoeningen echter nooit helemaal te voorkomen.

Voor de volledigheid volgt een opsomming van de aandoeningen die kunnen voorkomen bij het kooikerhondje.

Von Willebrand Disease

Een bloedstollingsprobleem waarbij bij verwondingen of loopsheid bloedingen langer aanhouden en levensbedreigend zijn.

Symptomen:

Bij het kooikerhondje komt type 3 van deze bloedstollingsziekte voor (totale afwezigheid van de vWFactor). Vaak ziet men gastro-intestinale en urogenitale bloedingen.

Frequentie in het ras:
Al sinds de jaren 1990 bestaat een gentest zodat binnen de vereniging geen lijders meer geboren worden.
Voor het DNA onderzoek naar vWD aan de Universiteit Utrecht (verplicht voor alle fokdieren) geeft de VHNK een subsidie voor leden en niet-leden.

Patella luxatie

Bij deze aandoening kan de patella (knieschijf) spontaan uit de groeve in het kniegewicht schieten.

Symptomen:

Het Kooikerhondje kent over het algemeen de mediale patella luxatie, soms ook lateraal. De milde vormen geven meestal nauwelijks klachten. Ernstige vormen (PL graad 2 en meer) laat de hondjes plotseling kreupel lopen, vaak geven ze een pijnkreet. Het been is niet meer belastbaar. Als de knieschijf spontaan weer in de groef schiet kunnen de hondjes direct weer normaal lopen.

Frequentie in het ras:

Onder de onderzochte honden worden milde gevallen (tot graad 1) bij ca. 15% gezien. Zware gevallen (vanaf graad 2) worden ongeveer 1 keer per jaar aan de VHNK gemeld.

Verdere informatie:

Door het fokbeleid (onderzoek is verplicht voor alle fokhonden, er mag maar zeer beperkt gefokt worden met aangedane dieren) wordt de frequentie van deze ziekte op een laag niveau gehouden.

ENM – Erfelijke Necrotiserende Myelopathie

Ook wel bekend onder de naam kooikerverlamming.
Neurologische aandoening waarbij de witte stof in het ruggenmerg wordt aangedaan en leidt tot verlamming.

Symptomen:

Aangedane honden tonen vanaf een leeftijd van 6 á 15maanden de eerste symptomen. Bij aanvang zijn de symptomen subtiel. Geringe incoördinatie van met name de achterhand. Naar mate de ziekte langer bestaat, zal het progressieve karakter op de voorgrond treden. De honden gaan duidelijker “dronken” lopen met de achterhand. Ook treden nu voorhandsproblemen op en valt op dat de honden gestoorde houdingsreacties hebben.

Frequentie in het ras:

Een restrictief fokbeleid en goede registratie zorgt ervoor dat in de laatste jaren minder dan een geval per jaar gemeld worden.

Verdere informatie:

De dieren hebben geen pijn maar het verloop van de ziekte is zo ernstig dat ze niet ouder worden dan maximaal 2 jaar. Een bevestigende diagnose kan alleen gesteld worden door sectie en pathologie van het thoracale en cervicale ruggenmerg. De VHNK draagt de kosten voor dit onderzoek. Voor de ontwikkeling van een DNA-test is de VHNK op dit moment nog bezig met het verzamelen van samples van zieke dieren.

Epilepsie

Epilepsie is een ziekte waarbij de hond bij herhaling epileptiforme aanvallen of zogenaamde toevallen vertoont. Aanvallen kunnen omschreven worden als terugkerend abnormaal gedrag met, afhankelijk van de soort epilepsie, een aantal karakteristieke kenmerken.
Er is een onderverdeling te maken in primaire epilepsie en secundaire epilepsie. Primaire epilepsie is de erfelijke variant.
In de veterinaire wereld wordt pas over ‘epilepsie’ gesproken als de epileptiforme aanvallen, in welke soort dan ook, bij herhaling voorkomen.

Symptomen:

Epileptiforme aanvallen kunnen variëren van kleine atypische aanvallen met een divers scala van verschijningsvormen tot de klassieke gegeneraliseerde aanval. De klassieke aanval treedt meestal tussen de leeftijd van 6 maanden en 5 jaar op (dit is geen wet!). De aanval treedt meestal ’s nachts of in de ochtend op. De hond is niet bij bewustzijn. Hij ligt op zijn zijde en heeft dan eerst gestrekte poten en beweegt zijn hoofd over zijn rug naar achteren. Daarna zien we dat hij met de poten fiets bewegingen maakt. Een aanval duurt enkele seconden tot enkele minuten. Soms zien we een aanval aankomen, meestal niet. Na de aanval treedt de herstelfase in. Deze kan wederom divers van vorm zijn en duurt seconden tot soms uren. De atypische aanvallen kunnen soms zich beperken tot trekken met een poot, ooglid etc waarbij wel of niet bewustzijnsverlies optreedt

Frequentie in het ras:

Omdat er binnen de vereniging aandacht is voor deze ziekte worden er steeds minder gevallen gemeld, de afgelopen jaren tussen de 1 en 5 honden per jaar.

Verdere informatie:

Indien een hond meer dan 1 aanval per maand heeft adviseert men om te behandelen. Vaak start men eerst met fenobarbital. Per hond varieert het behandeleffect. Voor meer informatie verwijzen wij u naar een dierenarts of een dierenarts-specialist in de neurologie.
De informatie commissie kan u helpen met het vinden van meer informatie of helpen met het leggen van contacten met gespecialiseerde dierenartsen.

(Poly)myositis

Auto immuun aandoening die een chronische ontsteking van een of meerdere spieren veroorzaakt waardoor deze niet meer goed kunnen functioneren, hetgeen zich uit in spierzwakte in de aangedane spieren. Myositis is een progressief verlopende ziekte met een zeer matige prognose.
We zien twee groepen. Een groep van relatief jonge honden waarbij slik of eet problemen op de voorgrond treden. De tweede groep honden zijn jong tot middelbare leeftijd en hebben of meer skeletspier problemen of juist de combinatie met de slikproblemen.

Symptomen:

Afhankelijk van de plaats en de vorm myositis kunnen de meest voorkomende symptomen zijn:

  • Verminderd uithoudings vermogen
  • Spierzwakte
  • Slikproblemen
  • (Spier)pijn!
  • Koorts
  • Totale uitputting, geen lust meer tot spelen/wandelen.
  • Kreupel lopen/ stijfheid
  • Lopen met gekromde rug
  • Speekselen
  • Braken
  • Anorexie/niet meer willen eten

Omdat veel symptomen ook kenmerken zijn van andere aandoeningen en vaak als „vage klachten“ beginnen is deze aandoening vaak moeilijk te herkennen/ onderkennen. Om een definitieve diagnose myositis te kunnen stellen is aanvullend bloedonderzoek naar spierwaarden, een spierbiopt aangevuld met EMG en in geval van slikklachten een bronchoscopie door een deskundig dierenarts noodzakelijk.

Frequentie in het ras:

Helaas zien we met een zekere regelmaat polymyositis. De frequentie zit rond 1% van de populatie.

Verdere informatie:

Niet altijd slaagt de behandeling en komt de hond te overlijden. Momenteel wordt er actief onderzoek naar de (genetische) oorzaak van de aandoening gedaan en wordt gekeken wat de beste behandeling is. Voor meer informatie verwijzen wij u naar dr. P. Mandigers werkzaam als dierenarts-specialist in het VSC De Wagenrenk en aan de Universiteit Utrecht (p.j.j.mandigers@uu.nl).

Hoe kunnen onderzoeker en eigenaar elkaar helpen? Lees het hier: Polymyositis bij Het Nederlandse Kooikerhondje

Oogafwijkingen

Binnen de kooikerpopulatie worden maar enkele erfelijke oogafwijkingen gezien, onder andere:

Cataract:

Erfelijke staar, vertroebeling van de lens wat uiteindelijk kan leiden tot blindheid.
Door een restrictief fokbeleid zien we deze aandoening nog maar zeer zelden bij het kooikerhondje.

Distichiasis:

Een dubbele rij oogharen, operatief te corrigeren en daarna weinig klachten bij de hond.
Een streng fokbeleid ten aanzien van oogafwijkingen heeft ervoor gezorgd dat er zeer weinig oogproblemen zijn binnen ons ras.

Lees ook: Gezondheids aspecten van ons Nederlandse Kooikerhondje