Polymyositis in Het Nederlandse Kooikerhondje

Yvet Opmeer
BVM (PhD student)
en
Dr. Paul J.J. Mandigers
DVM, PhD, DipECVN, DipRNVA, DipEBVS.
Clinical Associate Professor in Neurology
Department of Clinical Sciences of Companion Animals
Faculty of Veterinary Medicine
Utrecht University
Yalelaan 108, 3584 CM Utrecht, The Netherlands
p.j.j.mandigers@uu.nl

 

Polymyositis (meervoudige spierontsteking), zoals het bij het Kooikerhondje voorkomt presenteert zich in twee vormen welke apart maar ook samen kunnen voorkomen.

Het eerste type wordt gekenmerkt door loop (locomotie) problemen als gevolg van algemene zwakte, spierzwakte of juist stijfheid. De meeste honden hebben een stijve gang, hoewel de exacte presentatie varieert op basis van welke spiergroepen worden beïnvloed. Het tweede type wordt gekenmerkt door problemen met drinken, eten en slikken. Beide typen kunnen in dezelfde hond aanwezig zijn. Andere klinische verschijnselen zijn lethargie, gewichtsverlies, kortademigheid, en algemene zwakte. De meeste honden worden ziek wanneer ze pakweg een tot twee jaar oud zijn maar het kan ook een jongere of zelfs veel oudere hond zijn. Mannelijke honden hebben waarschijnlijk meer last van de ziekte dan vrouwelijke honden.

De diagnose wordt gesteld op basis van de klinische symptomen, bloedonderzoek (verhoogde CPK), een elektromyogram en spierbiopten. Dit laatste is van het grootste belang. Zonder een goede fenotypering (beschrijving van het klinisch beeld) gaat een genotypering (de exacte genetische oorsprong) niets opleveren. Spierbiopten, hoe fors het ook lijkt, zijn dus van het grootste belang.

Aangezien deze ziekte hoogstwaarschijnlijk immuun gemedieerd is, bestaat de basis van de behandeling uit corticosteroïden in combinatie met orale supplementen. De respons op deze behandeling varieert. Er zijn honden die jaren stabiel zijn, er zijn helaas ook honden die binnen enkele weken sterven.

Momenteel onderzoeken we deze ziekte. Omdat het waarschijnlijk erfelijk is, is het ten alle tijde een combinatie van DNA-onderzoek en het onderzoeken van de spierbiopten.

Hoe kunnen we elkaar helpen?
  1. Als u een Kooikerhondje heeft met klinische beelden die kunnen passen bij een polymyositis dan ontvangen wij graag een kopie van het patiëntendossier, inclusief bloedtestresultaten en van de stamboom.
  2. Als het CK (of CPK) -niveau duidelijk verhoogd is , is dit hoogstwaarschijnlijk een polymyositis. De volgende stap is dan een EMG (elektromyogram) in combinatie met het afnemen van spierbiopten. De biopten (1 cm bij 1 cm bij 0,5 cm) van bij voorkeur de m. triceps-spier en de m. biceps femoris kunnen naar ons gestuurd worden voor verder onderzoek. Plaats de twee monsters in een 4 tot 10% gebufferde formaline-container. Verzendadres: Dr. P. Mandigers, Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren, Yalelaan 108, 3584 CM Utrecht (00 31 30 253 9411).
  3. Als het CK-gehalte niet duidelijk verhoogd is, overweeg dan om te testen op myasthenia gravis, omdat dit ook een aandoening is die in dit ras voorkomt.
  4. In alle gevallen: maak indien mogelijk een video van de bewegende hond of wanneer de hond aan het eten / slikken is. Video’s kunnen in elk formaat worden verzonden via www.wetransfer.com naar dr. Mandigers.
  5. In alle gevallen willen we een DNA-monster krijgen. We hebben 4 ml EDTA-bloed nodig. Stuur het samen met een kopie van de stamboom naar: Dr. P. Mandigers, Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren, Faculteit Diergeneeskunde, Yalelaan 108, 3584 CM Utrecht (00 31 30 253 9411)
    Op basis van de diagnose kunnen we u of uw dierenarts adviseren over de behandeling van uw hond.

Met vriendelijke groet,

Yvet Opmeer en Paul Mandigers