Outcross project Finland

Kooikerhondje: het outcross project in Finland

Bijdrage van de Finse Kooikervereniging “Suomen Kooikerhondje ry”

Waarom?

De belangrijkste reden voor het starten van dit outcross project betreft de diverse gezondheidsproblemen binnen het ras: Polymyositis, diverse auto-immuun ziektes, nieraandoeningen, onvruchtbaarheid (voornamelijk waargenomen bij reuen). Het veranderen van het temperament van het kooikerhondje is niet het doel van deze outcross. Voor de outcross is gezocht naar rassen die overeenkomstige eigenschappen als het kooikerhondje hebben of eigenschappen welke kunnen resulteren als een positieve toevoeging (sociaal, durf, nieuwsgierigheid en een lagere gevoeligheid voor geluid).

Hoe?

De rassen en individuen die binnen dit project worden gebruikt, worden als eerste stap goedgekeurd door de fokcommissie van de Finse kooikervereniging “Suomen Kooikerhondje Ry”. Als volgende stap wordt goedkeuring gevraagd bij de Finse Kennelclub. De kennelclub heeft uiteindelijk de beslissende stem welke rassen en individuen voor een outcross worden gebruikt.

Ongeacht het ras ondergaan alle ingezette fokdieren de gezondheidheidsonderzoeken die reeds worden gehanteerd door de Finse kooikervereniging (ogen, heupen, patella). Kooikerhondjes die binnen dit project worden ingezet, dienen tevens te worden onderzocht op VWD en ENM. Daarnaast wordt voor elk ingezet individu het gedrag en temperament geëvalueerd (hondenshows, mentale testen of jachtresultaten bijv.). Kooikerhondjes die worden ingezet binnen het outcross project dienen tevens minimaal een ZG (zeer goed) te hebben behaald op een hondenshow in de leeftijd van 15 maanden of ouder. Fokdieren welke binnen het project worden ingezet dienen minimaal 3 jaar oud te zijn en minstens één keer eerder een nest te hebben gegeven.

Het presenteren van een ras omvat onder andere het geven van informatie omtrent het gedrag, gezondheid (incl. gezondheidsproblemen) en exterieur. Een korte samenvatting over de historie van het ras wordt tevens hierin meegenomen. Rassen die gebruikt worden in het outcross project dienen qua temperament en algehele uiterlijk zo goed als mogelijk aan te sluiten bij het kooikerhondje (bijv. andere spaniels) en geen sterke werkeigenschappen te bezitten. Ook rassen uit andere FCI-groepen komen mogelijk in aanmerking.

De eerste generatie outcross pups (F1) worden grondig beoordeeld op gezondheid, temperament en exterieur. Van de eerste generatie (F1) is het streven om zoveel mogelijk individuen in te zetten voor de fokkerij. Enkel individuen die niet voldoen aan de gezondheids- en temperament vereisten worden uitgesloten van de fokkerij. De F1 individuen worden geregistreerd in een “EJ-register” (EJ = niet voor fokkerij). Wanneer de individuen blijken te voldoen aan de vooraf opgestelde criteria omtrent gezondheid en temperament, worden ze overgeschreven naar een “ER-register” (ER betreft een speciaal register welke kan worden gebruikt voor de fokkerij).

Tevens zal binnen het project gebruik worden gemaakt van alle beschikbare registratie- en hulpmiddelen als bijv. het clubregister, de Finse fokkerij database (KoiraNet) en Fit2breed.

Wanneer? Voor hoe lang?

Het outcross project betreft een doorlopend project. Het is de wens om te starten met 3-5 outcross nesten met verschillende rassen binnen de komende vijf jaar (2021-2026).
Na deze eerste outcross nesten en de eerste F4-generatie zullen er meerdere nesten worden gepland. Bijvoorbeeld elke 5 jaar om de genetische diversiteit te vergroten. Dit project wordt gezien als een aanvulling op andere methodes om de genetische diversiteit binnen een ras te vergroten (export, import, buitenlandse mannelijke dekkingen en het gebruik van verschillende fokdieren).

Goedkeuringen (tijdlijn)
  • In maart 2019 heeft de Finse kooikervereniging gestemd over een outcross project: dit werd goedgekeurd.
  • In juni 2020 heeft de Finse Spaniel Club goedkeuring gegeven voor deelname aan het outcross project.
  • In september 2020 heeft de VHNK haar visie gegeven op het voorgestelde outcross project.
  • In januari 2021 heeft de Finse Kennelclub haar goedkeuring gegeven voor het outcross project.
    • Het outcross project dient nog verder te worden uitgewerkt en gespecificeerd, echter heeft de Finse Kennelclub reeds toestemming gegeven voor het maken van 1 outcross combinatie zonder een volledig uitgewerkt en afgerond projectvoorstel.

Kennisgeving van de VHNK

Van de Finse Kooikerhondjeclub “Suomen Kooikerhondje ry” is ons medegedeeld dat de Finse Kennelclub het verzoek om outcross heeft goedgekeurd. Een verzoek welke enige tijd geleden is ingediend door de Finse Kooikerhondjeclub.

In de loop van de vergunningsprocedure werd de aanvraag ook ingediend bij het VHNK. Het bestuur heeft dit besproken en de Finse Kooikerhondjeclub op een aantal kernzaken gewezen. Volgens de VHNK is een outcross op dit moment niet de meest wenselijke manier om de inteelt problematiek aan te pakken. Het plan van de VHNK voorziet om met behulp van een fokbegeleidingsprogramma naar een grotere genetische variëteit te komen. In Finland lopen fokkers tegen gezondheidsproblemen aan die gerelateerd kunnen – maar niet moeten – zijn aan inteelt. Dezelfde problemen ervaren we in Nederland niet. De outcross blijft een zelfstandige beslissing van de Finse club. De club heeft wel een goed doordacht plan gemaakt en zorgt voor een goede doorvoering.

Recent hebben wij het nieuws ontvangen dat, in het kader van het outcross project, een teefje door twee verschillende “working-cocker reuen” is gedekt. Het hele project zal zorgvuldig worden gedocumenteerd en gecontroleerd. We vertrouwen erop dat de samenwerking met de Finse Club goed zal blijven en dat de hele kooikerwereld kan leren van de ervaringen.

Kerstin Ueckert
Voorzitter Vereniging Het Nederlandse Kooikerhondje

Uitslag risico-inschatting

Begin dit jaar heeft de VHNK een risico-inschatting voor polymyositis aangeboden. Dit was bedoeld als tijdelijke oplossing tot de tijd dat Fit2Breed beschikbaar komt. Helaas bleek in de afgelopen periode dat de manier van beoordelen door prof. Leegwater niet aansluit bij de verwachtingen van onze fokkers in binnen- en buitenland.

De fokker ontvangt namelijk een uitslag voor één toevallig gekozen combinatie, ook als meerdere van de opgegeven combinaties als laag risico zijn beoordeeld. Dit gebeurt om geen conclusie mogelijk te maken over dragers.

Als wetenschapper is het voor prof. Leegwater belangrijk dat er vanuit de beoordeling niet opgemaakt kan worden of de honden drager of vrij zijn van polymyositis. Als dat mogelijk zou zijn, zouden er onnodig honden worden uitgesloten van de fokkerij.

Waarom worden vanuit Utrecht geen resultaten vrijgegeven voor de overige honden? Het antwoord ligt in het volgende schrijven dat we in december op de website hebben gepubliceerd:

Polymyositis onderzoek (Dr. Peter Leegwater, Yvet Opmeer & Dr. Paul Mandigers)

Er is goed nieuws. We hebben een mutatie gevonden die geassocieerd kan worden met polymyositis. Alle door ons onderzochte honden met polymyositis hebben deze mutatie. Deze mutatie ligt in de buurt van twee belangrijke genen die betrokken zijn bij het functioneren van het immuunapparaat. Het blijkt dat kooikerhondjes die lijden aan polymyositis een abnormale functie van deze twee genen hebben. De mutatie heeft dus zonder twijfel betekenis.

Echter niet alle honden met deze mutatie worden ziek. Honden die homozygoot zijn voor deze mutatie (ze hebben dus twee afwijkende allelen) hebben een verhoogd risico, maar worden niet allemaal ziek. Dat zien we vaker bij immuungemedieerde ziektes. Omgevingsfactoren of variaties in het overige DNA kunnen ervoor zorgen dat een hond wel, of juist niet ziek wordt. Daarom noemen we deze mutatie een risicofactor.
Ook heterozygote honden (dus met maar één afwijkend allel) lopen een risico. Dat risico is erg klein (waarschijnlijk minder dan 1 procent), maar het is wel aanwezig. Omdat er erg veel kooikerhondjes zijn met deze mutatie, zien we dan dat ongeveer 1 op de 3 lijders van polymyositis heterozygoot (drager) is voor de erfelijke risicofactor.

Dat er andere factoren een rol spelen bleek uit stamboomonderzoek. Het viel ons op dat in sommige nesten meerdere honden ziek werden. Dat zou niet logisch zou zijn als de mutatie maar bij een klein deel van de kooikerhondjes tot expressie komt. Als er echter een variatie in het DNA aanwezig is waardoor een hond meer of juist minder risico loopt, verklaart dit wel wat we zien in sommige nesten.

Om deze variatie op te sporen is het DNA vergeleken van een groep honden die lijdt aan polymyositis én heterozygoot is voor de mutatie, met dat van een groep honden die homozygoot is voor de mutatie én waarvan alle honden gedurende hun leven gezond zijn gebleven. Deze vergelijking leidde tot signalen op twee chromosomen die verder onderzocht zijn.

Het eerste signaal leidde tot een DNA-variant die veelbelovend leek, maar het bleek dat deze in de gehele populatie een hoge frequentie heeft. Het was een foutpositief resultaat dat op toeval berustte.
Het tweede signaal kon nog niet herleid worden tot een variant in een gen. Dit onderzoek wordt voortgezet.

We hopen dat hiermee eventuele onduidelijkheden omtrent de ontvangen uitslag zijn opgelost.

Mocht u toch nog een risico inschatting willen aanvragen dan kan dit via: Aanvraag risico-inschatting polymyositis.

Stamboekregistratie digitaal

Wijziging stamboekregistratie bij Raad van Beheer (RvB)

Fokkers en kopers let op, sinds 1 december 2020 is de procedure voor overschrijving van de stamboekregistratie bij de RvB gewijzigd.

Waar wij voorheen werkten met papieren registratie dient nu alles digitaal geregeld te worden in het programma IT4Dogs van de RvB. We adviseren de verkopers/fokkers de puppykopers goed in te lichten over de te volgen procedure.

Voor de volledige informatie verwijzen we naar de site van de RvB. Hier staat uitvoerig omschreven hoe men dient te handelen: Houden van Honden – IT4Dogs

Dubbele dekking

Een dubbeldekking of dubbele dekking vindt plaats wanneer een teef tijdens haar loopsheid door twee verschillende reuen wordt gedekt. Het kan ook voorkomen dat zij met sperma van twee verschillende reuen wordt geïnsemineerd.

Dubbeldekking toegestaan per 1 december 2020

In artikel III.21 lid 3 van het Kynologisch Reglement (KR) staat dat een fokker bij de dekaangifte kan opgeven dat zijn teef door één extra reu is gedekt. Dit houdt in dat een dubbeldekking is toegestaan en dat het vanaf 1 december 2020 dus mogelijk is om een 2de reu aan te geven. Hiervoor gelden wel extra kosten o.a. in verband met DNA-controle.

KR III.21 (per 1 december 2020)
De Eigenaar van een teef mag bij de in lid 1 bedoelde dekaangifte opgeven dat zijn teef door één extra reu is gedekt. Van deze tweede reu dienen de in lid 2 genoemde gegevens te worden vermeld.

Ongeplande dekking

Sinds de invoering van het verplichte DNA-afstammingsonderzoek is wel gebleken dat pups soms niet afstammen van dezelfde opgegeven vaderhond. In dergelijke gevallen is een teef ongepland ook door een andere reu gedekt. Wanneer deze reu van hetzelfde ras is en uit afstammingsonderzoek blijkt dat die reu de vader is van de overige pups, kan de Raad van Beheer toch stambomen afgeven.
Van belang is dan nog wel dat er geen sprake is van overtreding van de inteeltregels.

De Raad van Beheer doet dit om enerzijds de fokker tegemoet te komen en niet de dupe te laten zijn van een ongeplande dekking en anderzijds om deze honden te behouden voor de fokkerij, hetgeen met het oog op een brede genenpool wenselijk is.

De VHNK staat neutraal tegenover een dubbeldekking. We raden wel aan om goede afspraken te maken tussen de teef- en reu eigenaren over het te betalen dekgeld.
Wij zullen tzt een voorstel doen betreffende een wijziging hierover in het VFR, maar wachten op een voorstel van de Raad van Beheer.